Weest niet bevreesd

Zoals Petrus op de zee liep, Heer’,

Loop ik maar uiterst zelden op de golven.

Gewoonlijk lig in de boot, bedolven

Onder mijn angst voor moog’lijk ruwer weer.

Maar juist als er een wilde stormwind woedt

Komt Gij mij op de golven tegemoet.

 

Ik veer wel op Heer’, bij uw nadering,

Maar reeds bij d’ eerste stap voel ik mij zinken.

Ik schreeuw om hulp,

Maar zou al gauw verdrinken

Als U mijn hand niet greep en naast mij ging.

Gij spreekt mij toe en geeft mij nieuwe moed,

Brengt mij aan boord en alles is weer goed.

 

Het allerlaatste noodweer is de dood.

Dan zal mijn scheepje stukslaan op de klippen.

Het water zal mij stijgen naar de lippen,

En ik kan niet terug: er is geen boot.

Maar dan komt Gij en geeft mij vaste voet

In ’t land waar U mij veilig wonen doet.

 

 

Uit: Als glas in de zon