Wat ben ik rijk

Wat ben ik rijk, dat ik nog mag leven,

En elke morgen weer ontwaken mag.

Dat U ook mij een taak hebt willen geven,

Een opdracht om te doen hier, elke dag.

 

Wat ben ik rijk, ik zie Uw zon nog schijnen,

Die alles in een gouden glans steeds zet.

Waardoor de zorgen soms wat gaan verdwijnen,

En ik weer op Uw zegeningen let.

 

Wat ben ik rijk, ik hoor de vogels zingen,

De mussen kwetteren hier in de goot.

Het zijn ontelbare vele kleine dingen

Waarmee U ons zo heel veel vreugde bood.

 

Wat ben ik rijk, Gij geeft ons dagelijks eten,

Ik dank voor nooddruft en voor overvloed.

Help mij de dankbaarheid nooit te vergeten

Wat bent U, grote God, voor mij toch goed.

 

Wanneer ik hoor van al die levensvragen,

Ben ik beschaamd, voor elke liefdeblijk.

Al geeft U mij dan ook een kruis te dragen,

Ik ben Uw kind, Heer, Wat ben ik rijk!