Samen

Als alles grijs is, dan kom ik bij je

En veeg het venster voor je schoon,

 want zonder uitzicht is er geen leven,

kom, we proberen het gewoon.

 

Als alles zwart is, geen hand voor ogen,

Steek ik een kaars aan in de nacht,

En pak je hand vast, dan gaan we samen

En gloort erlicht, heel onverwacht.

 

Als alles koud is, heb ik twee armen

En sla die beide om je heen.

God geeft ons warmte om die te delen,

Ook als de zon voor je verdween.

 

Als alles licht is, is er blijdschap

Dat God toch steeds weer mensen geeft,

In sámen huilenen sámen lachen

Heb je iets van Zijn heil beleefd.