Mijn God

Mijn God, ik kan niet altijd bidden,

Soms is het vloeken mij nabij

En als ik bid om Uw nabijheid

Dan bent U vaak zo ver van mij!

 

Mijn God, ik geef niet altijd liefde

Soms haat ik, met een felle haat

En juist als ik het goede doen wil,

Ben ik geneigd tot alle kwaad.

 

Mijn God, ik kan niet altijd zingen

Hoe hoort het hart soms ieder lied,

Dan ben ik als een vreemde vogel

Die zwerft tussen het oeverriet.

 

Mijn God, hoe zou ik blijven zwerven,

Als vlokken, vluchtend voor de wind

Zo ik niet wist, dat toch Uw armen

Gesloten zijn rondom Uw kind.

 

Want waar geen mens U ooit zou wanen

Daar vind ik U juist telkens weer

En rijst Uw kruis op als een teken

Dat Gij mij nochtans liefhebt Heer’!