Een dag voorbij

Weer is een dag voorbij gegaan

En aarz’lend bezie ik mijn handen

Hebben ze iets tot Gods eer gedaan,

of eerder wellicht tot mijn schande?

 

Hebben ze helpen bouwen vandaag

Of eerder iets afgebroken?

Iemand geholpen met een moeilijke vraag

Of eerder een opdracht ontdoken?

 

Een eenzame eens naar voren gehaald?

Een ander vol liefde gehuldigd?

Of hebben ze keer op keer gefaald

En de ander - de naaste- beschuldigd?

 

Hebben mijn handen soms impulsief

De ander – mijn naaste – ontweken?

Of had ik met die handen de ander lief;

Over rimpels met zorgen gestreken?

 

Gebruikt U mijn handen ook morgen weer

Om te bouwen, te helpen, te geven.

Bevestig U dan voor Uw zegen o Heer’

Het werk dat mijn hand heeft geweven.

 

Uit: Beloofd is beloofd