Ik heb een schip gezien

Ik heb een schip gezien

In de novemberstormen

Dat moeizaam vocht

Met de opgejaagde golven

En door de watervloeden

Bijna werd bedolven.

Zo nietig in het geweld, zo rank van vorm.

Toe is een sleepboot krachtig uitgevaren

-hoe gretig greep het scheepsvolk naar de tros –

die trok het schip van lage gronden los.

En veilig voer het door de woeste baren.

 

 

Zo is mijn Jezus tot mij uitgegaan.

Hij zag van ver, hoe ik was vastgelopen,

Hoe slag na tegenslag mij wilde slopen.

En in het noodweer hield Hij op mij aan.

Hij was daar toen mij alle moed begaf.

En –eens gegeven, blijft gegeven-

Ik greep de lijn, ik greep het leven.

En dat wast al het water van de zee niet af.